Wednesday, June 6, 2012

Sterven te Antwerpen/Dying in Antwerp By Maurice Gilliams [NL/EN]

Richard Gadd

De stenen engel aan de Cathedraal
heft zijn balans te middernacht voor die bezwijken.
Het heir der luizen kraakt. De katten zijken
in kromme gangen waar geen tocht door jaagt.

Gelegerd op de terpen van het zwijgen,
ten voeten uit onder een schors van slaap, 
het strottenbloed gestremd, de schedel kaal 
geplukt, stinken de Hanen van het lijden.

Hier gaan de kralen van de rozenkrans verloren ;
van huid en haar geen raadsel overblijft 
waar ledigheid in ledigheid wil wonen.

Het huis van kamers en de stad van straten :
ai, laat de Klok met rust. Telt goud, drinkt wijn.
Het vuil rot ondergronds. Bidt niet voor het geraamte.



---------------------------------------------------------------------------------

Translated by A.Z. Foreman


The old stone angel on the cathedral roof
Raises his scales at midnight for all the collapsed. 
The army of lice cracks. The piss of cats
Sprays crooked alleyways no draft blows through

Flattened against the knolls of not a sound,
With feet asprawl under a rind of sleep,
Blood curdled in the throat, the skull plucked clean
To baldness- the Cocks of Torment stink about.

Here fall the rosary beads away and out of mind;
No mystery remains of flesh and bone
Where emptiness in emptiness abides. 

The house of rooms, the town of streets: O no
Leave the Clock well alone. Drink wine, count gold.
The dirt rots underground. Pray not for the skeleton. 

No comments: